Het Winschoterdiep 2019-12-11T08:32:00+00:00

Het Winschoterdiep

In het jaar 1613 werd de stad Groningen eigenaar van een nog onontgonnen veengebied ten oosten van de stad. Om dit gebied in cultuur te brengen, is het Winschoterdiep gegraven. In 1618 was het Winschoterdiep doorgetrokken tot aan het Sap-of Duivelsmeer – waaraan Sappemeer haar naam dankt – en werd het meer drooggelegd. In 1637 was het Winschoterdiep doorgetrokken tot Winschoten. In 1621 trokken de eerste verveners naar het gebied. Zo ontstond een eerste nederzetting langs het Winschoterdiep, Sappemeer geheten. In 1631 werd een begin gemaakt met het ontginnen van het Kleine Sapmeer. In 1637 was de aanleg van het Winschoterdiep zo ver gevorderd dat het Winschoten had bereikt.

De verveners huurden stukken veengrond van de stad Groningen. Alle afgestoken turf uit de Veenkoloniën werd aanvankelijk via het Winschoterdiep afgevoerd. De stad Groningen kreeg de opbrengsten van de doorvaart van de schepen. Voor de bouw van de turfschepen ontstonden scheepswerven langs het Winschoterdiep.

In het midden van de 18e eeuw nam de bedrijvigheid in de vervening af en werd overgegaan op onder andere teelt van aardappelen. De scheepswerven gingen van de bouw van turfschepen over op de bouw van zeeschepen.

De toenemende bedrijvigheid had een forse bevolkingsgroei tot gevolg en de bebouwingslinten van Sappemeer en Hoogezand, die zich zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van het Winschoterdiep gevormd hadden, groeiden aan elkaar vast. In 1949 werden Hoogezand en Sappemeer één gemeente en al gauw werden er plannen gemaakt voor de demping van het Winschoterdiep. Daarvoor werd eerst een ‘nieuw’, noordelijker gelegen, Winschoterdiep aangelegd en het oorspronkelijke deel ging het Oude Winschoterdiep heten.